Dit jaar gingen mijn
vriendin en ik voor het eerst samen naar India. Een bijzondere ervaring,
aangezien wij beiden zijn geboren in India.
De eerste dag nemen we de
riksja naar het Rode Fort. Helaas is dit gesloten vanwege een feestdag (welke?)
en uiteraard vertelt de riksjarijder dat pas wanneer we bij het fort zijn, de
slimmerik.
Dan lopen we naar de Jaintempel tegenover het fort. We bezoeken het
vogelziekenhuis, waar allemaal zieke en soms vreselijk uitziende vogels worden
opgelapt. We stappen in de fietsriksja naar de Jama Masjid, de grootste moskee
van India. Schoenen uit en lopen maar. Sini maakt filmopnamen van de moskee. Dat
gaat goed, behalve als ze wil inzoomen op een loslopende eekhoorn. De moskee
heeft een vloer van rood zandsteen, dat weten we nu… We gaan gauw verder naar
een sikhtempel en daarna naar Raj Ghat, de crematieplaats van Gandhi.
De
tweede dag huren we een riksja voor een dag. Nadat we een goede prijs hebben
afgesproken (voor beide partijen) rijden we naar de Birla Tempel. Prachtig,
bijzonder en warm. Hierna vervolgen we onze tocht naar de Lotustemple. Gesloten.
Dan maar door naar Huma-yuns Tombe, het grafmonument van de tweede mogolkeizer
Humayun. Dit prachtige gebouw is gelegen in een goed onderhouden tuin.
’s Avonds bezoeken we India Gate, de boog die gebouwd is ter herinnering aan
omgekomen Indiase soldaten. Indrukwekkend. We vlijen ons neer in het gras en
genieten van de omgeving.
De
volgende dag gaan we vroeg op pad. Om 6.10 uur gaat onze trein naar Agra. Om
8.15 uur komen we aan in Agra (de luxe Shatabdi Express is erg snel). Direct na
aankomst in Agra maken we kennis met de agressieve riksjarijders. Ze gaan direct
met elkaar op de vuist. We bezoeken Agra Fort, Sikandra (waar mogolkeizer
Akbar ligt begraven) en de Itmad-ut Daulah, een prachtige gebouw gelegen aan de
oever van de rivier Yamuna.
De volgende dag staan we vroeg op om de Taj Mahal te bekijken. Voor een bedrag
van 750 rupees (ongeveer 13 euro) mogen we naar binnen (Indiërs betalen 20
rupees). We lopen naar binnen door de grote toegangspoort en staan dan oog in
oog met het witte gebouw van marmer. Heel bijzonder!
Na de Taj en ontbijt vertrekken we met de taxi naar Fatehpur Sikri. Deze stad is
gebouwd door keizer Akbar, 14 jaar gebruikt als hoofdstad en daarna verlaten.
Wat rest zijn de gebouwen van toen die er nog steeds staan. In de moskee van de
stad is de tombe van sheikh Salim Chisti. De witte tombe schittert in het
zonlicht. In het wasbekken ervoor zit een aantal oude mannen gezellig bij
elkaar. Nou ja gezellig: handen en voeten wassen, gezicht wassen, mond spoelen,
flink rochelen, neus leegsnuiten, nog een keer flink rochelen… We genieten van
de geluiden en de beelden…
De
volgende dag vertrekken we vanuit Agra met de trein naar Delhi. Vanuit Delhi
zullen we doorvliegen naar Chennai. Bij aankomst blijkt dat ze de vlucht hebben
gewijzigd. Na lang zeuren en een goed gesprek met de manager kunnen we toch,
zonder extra kosten, meevliegen naar Chennai.
De
volgende dag is het onafhankelijksdag èn de verjaardag van Sini. We doen lekker
rustig aan, ontbijten op de kamer en lopen door de stad naar Spencer Plaza (ja,
dat is een winkelcentrum). In het hotel komt een aantal mensen van het hotel
Sini feliciteren. Attent! Oja, wij eten ook nog een heerlijk stuk gebak bij Cafè
Coffee Day. En hier krijg je echt grote stukken!
De
volgende dag maken we een dagtocht naar Mahabalipuram, ooit de havenstad van de
Pallava’s. Er staan nog oude tempels, er lopen heel veel apen en er is een
groot strand. We lopen rond, bekijken de tempels, genieten van het strand. Het
is een mooie dag gevuld natuur en cultuur. Vanuit Chennai kunnen we met de trein naar Coimbatore, de stad waar Sini
is geboren. Vanwege het feit dat we geen zin hebben om lang te reizen, gaan we
met het vliegtuig. Tot verdriet van Sini vinden we ons die avond in een
propellervliegtuigje en ondervinden we veel turbulentie onderweg.
Coimbatore is een relatief kleine overzichtelijke stad met een grote
winkelstraat, die Big Bazaarstreet heet. Dat is niet voor niets: honderden
winkels met kleding, juwelen en andere dingen zijn hier te vinden.
Na het
ontbijt laat ik me eerst scheren. Een heel lief jong mannetje zeept me in,
scheert me, zeept me in en scheert me weer. In zijn allerbeste Engels probeert
hij mij duidelijk te maken dat het lastig is om mij te scheren, aangezien mijn
baardharen erg hard en stug zijn. Hij laat zich verder niet opjagen, is relaxed
en neemt de tijd. Tussendoor geeft hij nog een demonstratie van typisch
Coimbatoriaanse humor door mij duidelijk te maken dat ik wel haar op mijn
gezicht heb en weinig haar op mijn hoofd. Daar gaat mijn zelfvertrouwen...
Vanuit Coimbatore gaan we met de trein naar Kochi. In plaats van de
gebruikelijke 4 en een half uur, duurt de reis ruim 8 uur, aangezien onderweg
een wilde staking uitbreekt. Er zitten mensen op het spoor, de trein rijdt niet
verder. Na ruim drie uren stil te hebben gestaan, wordt de tocht vervolgd. In
Kochi aangekomen blijkt er geen enkele riksja te rijden. Het openbaar vervoer
ligt volkomen plat. We lopen dus naar ons hotel. In Kochi bezoeken we Fort
Cochin, de Joodse wijk, het Mattancherry palace (ook wel het Nederlandse paleis
genoemd), het Nederlandse kerkhof. En natuurlijk lopen we langs de Chinese
visnetten.
De
volgende dag maken we een boottocht door de beroemde backwaters van Kerala.
We zien veel: ijsvogels, palmbomen, koeien, eenden, geiten, en mensen. Het is
een prachtige tocht en we genieten met volle teugen. Het had zo romantisch
kunnen zijn, als die Indiase familie er niet bij zou zijn en die anders Indiase
regelneef die constant denkt te moeten praten. Toch genieten we, kletsen af en
toe wat en vermaken ons best. Na deze enerverende boottocht genieten we van een
typische maaltijd uit Kerala. Zoals gebruikelijk wordt deze maaltijd niet
geserveerd op een bord, maar op een bananenblad. Eten met je handen mag, maar
dat doen we maar niet. De Indiase mevrouw doet het wel en dat ziet er niet uit.
De
volgende dag zitten we in de trein naar Trivandrum. Bij aankomst staat de
chauffeur van het luxueuze hotel The Leela al klaar. Bij aankomst in Kovalam
worden we naar onze kamer gebracht. Een indruk: boxspring, lcd-tv met dvd-speler
boven dressoir, balkon met uitzicht op zee, luxe badkamer, minibar, whisky, 24
uur per dag speciale service. Het hotel heeft drie zwembaden, bars en
restaurants, fitnesscentrum, health spa, ayurvedische spa, tennisbanen. Ikhoef
niets meer uit te leggen, wij vermaken ons hier wel.
We
lopen langs Lighthouse Beach. We eten en drinken iets in Fusion Bar en genieten
van de fruitvrouwtjes en de zee. We komen helemaal tot rust.
Een dag later rijden we in een mooie Hindustan Ambassador naar de Neyyar Dam. Op
deze plek is van alles te doen , waaronder olifant rijden. Allereerst zien we
twee jonge olifantjes in het water. Ze worden getraind en gewassen door hun
mahout (olifantentrainer). De grote olifant staat intussen op ons te
wachten. Via een verhoging klimmen we op de olifant. Het is wel griezelig om zo
hoog te zitten op een schommelende olifant. Als beloning krijgt de olifant
bananen. Deze stoppen we met schil en al in de slurf en de olifant stopt ze dan
in zijn bek. Een fantastische ervaring!
De jonkies worden intussen gewassen en maken aardig wat geluid. Na de wasbeurt
gaan ze eten. Dan wordt ons door de olifanten een bloemenkrans om de nek
gehangen. Ook krijgen we een bosje bloemen en wordt Sini gezegend door de
olifant. Dit gebeurt door met de slurf het hoofd van Sini aan te raken.
Prachtig! Na deze bijzondere gebeurtenis rijden we terug naar het hotel.
Op de
volgende dag verlaten we de rust van Kovalam. We vliegen naar Bombay.
Bombay, de stad waar ik ben geboren, de stad waar ik me thuis voel, de stad die
ik goed ken. Maar ook de stad waar zo’n 20 miljoen mensen leven, de stad die is
vergeven van uitlaatgassen, van rommel, van drukte, en, volgens Sini, oude vieze
grauwe gebouwen..
Het
is fantastisch om weer in Bombay te zijn. Eten bij Tendulkars’, lopen langs de
marine Drive, naar het toilet in het Taj Mahal Hotel, lopen door de stad, naar
de film in de Inox Bioscoop. Het voelt als thuis, vertrouwd.
En Sini voelt zich, na een halve dag shoppen, ook wel een heel klein beetje
thuis.