Home
Lid
Nieuws
Agenda
Gastenboek
Fotoalbum
Adoptie
India Info
Reizen
Reisverhalen
Boeken
Muziek
Films
Recepten
Sponsors
Links
Contact
  

Anand 2006 (heeft ook in het blad Wereldkinderen gestaan)

India. Het woord alleen al zorgt voor een glimlach op mijn gezicht. Het doet mij verlangen naar mijn geboorteland, en in het bijzonder Bombay, mijn geboortestad.

Ik vlieg voor de zevende keer in mijn leven naar India.

Ik neem de trein naar Ahmedabad, hoofdstad van de deelstaat Gujarat. Het voelt fijn en vertrouwd om door de straten te lopen, de bazaars te bezoeken, de verschillende wijken te ontdekken.

Junagadh is mijn volgende doel. Hier ga ik de top van Mount Girnar beklimmen, 10 000 treden omhoog. Gelukkig mag je hier je schoenen aanhouden… Ik haal pelgrims in. "Good luck", zegt iemand, nadat hij gevraagd heeft waar ik vandaan kom. "The same to you". Er zijn mensen die elk jaar deze tocht ondernemen.

"Jai Girnar, jai Ram" roepen mensen die me tegemoet komen tijdens mijn afdaling van de berg. Aan de tekens op mijn hoofd, gekregen van de hindoepriester, kunnen de mensen zien dat ik de pelgrimstocht heb volbracht. Ik beantwoord hun geroep met een vermoeid 'namaste'. Ik ben een van hen, ik hoor erbij. Dat gevoel, Indiër zijn met de Indiërs, is werkelijk fantastisch!

Aan de telefoon zegt mijn vader dat ik, wanneer ik in India ben, iets achterlaat, maar ook iets terugvindt. Hij heeft gelijk. Er blijft een stukje van mezelf achter in Nederland, maar ik vind hier ook een stukje van mezelf.

Mijn reis gaat verder, naar Ujjain, een van de vier heiligste steden van India. De stad is vol met tempels, sadhu’s (heilige mannen), en veel gelovigen. Tijdens een wandeling langs de rivier ben ik getuige van de diverse rituelen die plaatsvinden. Ik observeer, herken, maak foto’s. Hoewel het als thuis voelt, kan ik de rituelen en de bijbehorende achtergronden niet plaatsen. Wat betekenen ze precies, en wat denken mensen er mee te bereiken? Ik geniet van de kleuren, de geuren, maar het niet begrijpen van sommige dingen maakt me onrustig.

Bhopal, bekend van de giframp in 1984, is een drukke, ontzettend vieze, maar wel indrukwekkende stad. Een wandeling door de drukke en nauwe straatjes en bazaars is een grote aanslag op alle zintuigen. Werkelijk fantastisch!

Vanuit Bhopal bezoek ik Sanchi, waar een grote verzameling stupa’s (boeddhistische heiligdommen) te zien zijn. Ook dit is een onderdeel van de geschiedenis van India, en is, zo voelt dat, dus ook mijn geschiedenis.

Na Orchha en Gwalior kom ik aan in Agra, stad van de Taj Mahal. Nadat ik om 5 uur ben opgestaan, lukt het mij prachtige foto’s te nemen van de Taj Mahal bij zonsopkomst. In Agra zijn veel Nederlanders. Ik vind het fijn om weer even Nederlands te kunnen praten en spreek een aantal Nederlanders aan. Het is erg leuk om te zien dat ze eerst verbaasd zijn dat ik Nederlands spreek (past niet bij mijn uiterlijk). Na een heerlijk ontbijt met een gezin uit Ede vervolg ik mijn eigen weg weer.

Vanaf Agra reis ik door naar Amritsar, de heilige stad van de Sikhs. Het bezoek aan de Gouden Tempel is werkelijk indrukwekkend. Na het uitdoen van de schoenen, het omknopen van mijn hoofddoek en het wassen van handen en voeten, kan ik doorlopen.

Dit is een van de redenen waarom ik graag reis door India: observeren hoe de mensen invulling geven aan hun religie. De sfeer in het tempelcomplex is sereen, heilig. De mannen die met tulband en zwaard een bad nemen in het heilige water rondom de tempel, de tempelwachters die rondlopen met grote speren, de rijen mensen die de Gouden Tempel ingaan en prasad (heilig gezegend voedsel) eten; allemaal heel fascinerend. Ik praat met een aantal Sikhs. Ze zijn erg trots op hun religie en stralen dat ook uit.

Vanuit Amritsar neem ik de trein naar Delhi. Delhi is druk, ruim opgezet en erg gezellig. Ik vermaak me prima. Leuk is dat ik een aantal Nederlanders ontmoet die ik ook in Agra ben tegengekomen.

Vanuit Delhi vlieg ik naar Bombay. Ik kan nog zoveel reizen door India, maar Bombay is echt thuis.

In deze miljoenenstad ontmoet ik Sulu Kalro. Het is altijd fijn bij haar te zijn. Het wordt een lange avond in haar flat; er wordt veel gepraat en gelachen. Ook ontmoet ik Gaurang Mehta, voorzitter van NAAF, een organisatie voorlichting geeft over binnenlandse adoptie en dit promoot. Onder het genot van een heerlijke Indiase maaltijd, wordt er veel besproken.

Na een maand komt onherroepelijk de tijd om weer naar huis te gaan. Ik loop over de Marine Drive, de lange weg die langs de Arabische zee ligt, en denk na. Het afscheid is wederom erg emotioneel, merk ik. Ik wil niet weg. Dit is zo thuis, hoewel duidelijk is dat ik nooit helemaal een echte Indiër zal zijn. Ik ga zitten en kijk naar de skyline van de stad. Ik zie de lichten, de zee, de mensen. De taxi wacht. Ik moet gaan. Met pijn in mijn hart stap ik in de taxi.