Er zijn in de jaren twintig (1920) grote aanwijzigingen gevonden
dat in het Paleolithicum al een vorm van menselijk leven in India
bestond, terwijl er nomadische stammen over het subcontinent zwierven
die slechts stenen gebruiksvoorwerpen en primitieve handbijlen hadden.
Zo zijn er bijvoorbeeld in de Pakistaanse provincie Sind terracotta
potten, godsdienstbeeldjes, stukken brons en koper gevonden die er
sterk op wijzen dat ze misschien al voor 4000 jaar v. Chr. een
dorpscultuur hadden ontwikkeld. We hebben echter nog niet kunnen
achterhalen wanneer de dorpelingen stedelijke nederzettingen maakten.
De Indiase vroege cultuur heeft zich altijd in een wolk van legenden
gehuld. Natuurlijk twijfelen we er niet aan dat de eerste grote beschaving
ontstond op vruchtbaar gebied, met grote waarschijnlijkheid bij de Indus
en dat die beschaving zo'n beetje 200 v. Chr. duizend jaar lang gedijde.
Dit omdat we hiervoor sterke aanwijzingen hebben gevonden. Er zijn ruïnes
gevonden van steden bij Harappa (Hara is een van de namen van Shiva) en
Mohenjo-daro (Heuvel der Doden) in het huidige Pakistan en in mindere
mate in Lothal en Kalibangan in Gujarat en Ropar en de Punjab, die
allemaal een strakke stadsplanning vertonen. Dit is niet het enige wat
gevonden is, zo zijn er nog 70 andere vindplaatsen gevonden met
soortgelijke steden. Toch zullen er misschien in de toekomst nog wel
meerdere steden gevonden worden, want men denkt dat er nog
meer onder de grond liggen te wachten op opgravingen.
De oudste bewoners van India hadden wel een schrift. Er zijn inscripties
gevonden, die tot nu toe nog niet ontcijferd konden worden. Het lijkt
erop dat deze beschaving plotseling is opgehouden te bestaan. Het is
niet bekend hoe dit gebeurd is. Het is mogelijk dat de steden niet in staat waren
de regelmatig buiten z'n oevers tredende Indus onder controle te krijgen,
maar misschien zijn ze ook wel verwoest door veroveraars.
De volgende bekendste fase van de Indiase geschiedenis is de periode
van 1300 tot 700 v. Chr. Die grotendeels wordt gereconstrueerd door
de heilige Veda's - de oudste Indiase heldendichten, De Ramayara en
De Mahabharata. Men ging in deze periode stukken land in cultuur brengen.
De landbouw leidde tot het ontstaan van staten.
Er ontstonden daardoor koninkrijkjes en vorstendommen, die regelmatig
strijd voerden om de macht. Een verder controle over het land werd
vergemakkelijkt door het gebruik van ijzer, waarvan de vroegste sporen
(± 800 v. Chr.) in Atranji-Khera) werden gevonden.
De Middeleeuwse periode werd ingeluid met de invallen van de moslims
in de 13e eeuw. De Maurya's (de grote rijken) voerden de bureaucratische
bestuursvormen in en zo kwam de grote expansie van het boeddhisme op gang.
Het was voornamelijk te danken aan de grote koning Ashoka, de beschermheer
van het boeddhisme, dat hij dit geloof begon uit te dragen na bloedige
oorlogen om deze geloofsrichting op een vreedzame manier te kunnen
handhaven. Zo vond men over geheel India verspreid inscripties van het
boeddhisme.
Het Gupta-rijk is het laatste grote rijk van het oude India. Zij
beschikten over bijzondere politieke en militaire vaardigheden, maar ze
ontpopten zich ook als beschermheren van kunst en wetenschap. Het
uiteenvallen van het Gupta-rijk leidde tot het ontstaan van een aantal
regionale vorstendommen en verschuivingen van staten.
De Britten, die handel dreven in India veroverden deze regionale staten,
ze bereikten dit door middel van slimme strategische tactieken en door
het opzetten van intriges. Echter in de 19e eeuw vonden sporadische
regionale opstanden plaats in de gebieden waar de Britten heersten en
die in Noord-India leidden tot de Grote Opstand in 1857. Deze opstand
staat bekend als de Eerste Onafhankelijkheidsoorlog. De onderdrukte
Indiase bevolking begon zijn grieven binnen organisaties te spuien,
zo ontstaat in 1885 het Indian National Congress. Zij stelde zich als
"doel" om het "on-Britse" gedrag van de Engelsen een halt toe te roepen.
Het debuut van Mohandas Karamchard Gandhi in de Indiase politiek was
dat hij erop aandrong om stakingen zonder geweld te laten verlopen
(geweldloos verzet). Meningsverschillen wilde hij via hongerstakingen
laten beëindigen.
Hij werkte samen met het Congress, dat er niet in slaagde om een
eenheid te vormen en te blijven. Dit onder andere omdat er een afschuwelijk
gebeurtenis plaats vond in 1919. Generaal Reginald Dyer (Brit) beval
zijn troepen met Gurkhasoldaten het vuur te openen op een vreedzame
maar onwettige bijeenkomst in Amritsar. Hier vielen 379 doden en 1200
gewonden op de afgesloten binnenplaats op Jallianwala Bagh.
Op 14 augustus 1947 werd het Britse bestuur overgedragen aan de
Indiërs. Het subcontinent werd in 2 naties verdeeld volgens een door de religie
bepaalde grens, ook dit verliep niet zonder bloedvergieten. Uiteindelijk
toen de grote held Gandhi werd vermoord op 30 januari 1948 kwam er een
einde aan al het bloedvergieten. Zo ontstonden het Pakistan en India van nu.
Zo kon het nieuwe leiderschap uitsluitend op basis van een belangrijk
compromis tot stand komen. Een zeer oude beschaving ontving op deze wijze
het politieke 'gewaad' van een nieuwe nationale staat.
Bronvermelding: Insider's India Guide - Kirsten Ellis, Uitgeverij Kümmerly+Frey, 1996.
India: land van raadsels - diverse auteurs, Uitgeverij Time-Life, 1995.